Re-integratie Verbeteronderzoek: de logica van ketensamenwerking

Onlangs is het onderzoek "Ketensamenwerking in de praktijk ", geschreven door Yolanda Hoogtanders van Policy Productions en Marloes de Graaf van AIAS, gepubliceerd. Het onderzoek gaat in op de logica van ketensamenwerking en is uitgevoerd in het kader van  het meerjarig Re-integratie Verbeteronderzoek, gefinancierd door de Stichting Gak. Het doel van dit programma is het universitair onderzoek naar re-integratiedienstverlening te versterken in directe wisselwerking met het re-integratieveld. U kunt deze publicatie hier lezen of op de website van het Re-integratie Verbeteronderzoek.

De samenwerking tussen CWI, UWV (nu gefuseerd in UWVWerkbedrijf) en gemeenten vervult een centrale rol in de uitvoering van de sociale zekerheid. De taak- en verantwoordelijkheidsverdeling die is neergelegd in de wet SUWI stelt deze samenwerking verplicht. Door samenwerking tussen de ketenpartners wil het rijk de dienstverlening op het gebied van werk en inkomen verbeteren. Het integreren van de dienstverlening op het gebied van werk en inkomen zou de kans op uitstroom vergroten en de kans op instroom in de uitkering verkleinen (preventie). Om ketensamenwerking te bevorderen hebben zowel de ketenpartners als het rijk de afgelopen jaren verschillende acties ondernomen. Deze ontwikkelingen roepen de vraag op waar de steeds verdergaande integratie vandaan komt. De impliciete veronderstelling dat samenwerking leidt tot betere dienstverlening is nog niet eerder onderzocht en is een vraag waarin we in dit onderzoek een antwoord hopen te geven.

Het onderzoek bestaat uit drie delen:

 In het historisch onderzoek hebben we alle institutionele veranderingen in de keten van werk en inkomen op een rij gezet, sinds de eerste armenwetten in de 19e eeuw. Daarbij hebben we speciale aandacht besteed aan de implicaties van alle wijzigingen voor de uitvoering, waarbij de onderlinge afhankelijkheid centraal staat. De huidige trend naar ketensamenwerking is ingezet met de experimenten met Regionale Coördinatiecommissies in de jaren 1980. Nadien volgde meerdere experimenten en wetswijzigingen, die de samenwerking/coördinatie steeds verder doorvoerden tot recent de fusie van CWI en UWV en de integrale dienstverleningsconcepten op regionaal niveau. De keuze tot steeds verdergaande samenwerking was zelden gestoeld op behaalde successen met de samenwerking, maar vond eerder plaats uit ontevredenheid met de vorige vorm. Belangrijke vraag is welke argumenten er in het verleden gehanteerd werden voor het al dan niet integreren van de dienstverlening van de ketenpartners en in hoeverre deze argumenten nog geldig zijn in de huidige tijd. De belangrijkste conclusie van het historisch onderzoek is dat de oplossing voor de vraag hoe de keten van werk en inkomen beter en effectiever kan gaan samenwerken niet ligt in (weer) een reorganisatie.
Het empirisch onderzoek bestaat uit een kwalitatieve analyse van de brongegevens van een onderzoek naar de stand van zaken van de integrale dienstverlening.
Het onderzoek biedt inzicht in:
- de breedte van de ketensamenwerking op verschillende locaties
- doelstellingen van de ketensamenwerking op de locaties
- de doelgroepen waarvoor samengewerkt wordt
- de niveaus waar op samengewerkt wordt (programma, klanten, middelen, informatie)
- de taken waarop de ketenpartners samenwerken
- de wijze waarop de ketenpartners de samenwerking op de verschillende taken hebben vormgegeven (proces en/of productcoördinatie)
Het empirisch onderzoek draagt bij aan het definiëren van het begrip integrale dienstverlening.
Voor het theoretisch onderzoek hebben we een principaal-agentmodel ontwikkeld waarmee we de effecten van samenwerking of integratie tussen de uitvoeringsinstellingen met betrekking tot bijstandsverlening en werkloosheidsuitkeringen kunnen bepalen. Daarbij is speciale aandacht voor de afruil tussen de voordelen van samenwerking (minder weglek van de inspanningen gericht op bijvoorbeeld re-integratie van WW’ers die richting hun maximale WW-duur gaan) en nadelen (minder specialisatie). Het theoretisch onderzoek  laat zien dat het model van decentrale uitvoering van WW en bijstand meestal beter presteert dan het centrale model of samenwerkingsmodel. Daarbij laat het zien wat daarvoor de bepalende factoren zijn.

De drie deelonderzoeken worden als aparte workingpapers gepresenteerd. De synthese van de drie papers wordt neergelegd in een tweetal artikelen in sociaal bestek. De papers worden gepubliceerd op de website van het Re-integratie Verbeteronderzoek. Doel van het verbeteronderzoek is om direct toepasbare kennis te ontwikkelen voor beleidsmakers en professionals die zich bezig houden met re-integratie van werkzoekenden. Om de resultaten van het ketenonderzoek toegankelijk te maken presenteren we op uitnodiging onze bevindingen aan het Ministerie van Sociale Zaken en de ketenpartners.

Jaartal: